Common European nightingale, Vogel (Erithacus megarhynchos) of (Luscinia megarhynchos) of the Muscicapidae family

Nachtegaal

Sommige vogels zijn gehuldigd in literatuur als nachtegaal maar de echte nachtegaal komt voor in het zuiden Europa. Verwante vogels zijn lijsters. In de paartijd van half april tot midden juni zingt de nachtegaal dag en nacht. Zijn zang is zeer gevarieerd, melodieus aangevuld met crescendos, dit doet hij om zijn territorium af te bakenen die soms zeer klein is.

Zijn fantastische zang staat in contrast tot zijn grijsbruine verenkleed. De nachtegaal is ongeveer 17 cm lang en vrij schuw en bevindt zicht doorgaans dicht bij de grond waar het zich voedt met larven en insecten.

Het nest is los opgebouwd van droge bladeren in het centrum van het territorium. Het vrouwtje legt hier 4 tot 6 eieren die een diepe olijfgroene kleur hebben. De eieren worden 13 dagen bebroed.

Om zeker van voedsel te zijn trekt de nachtegaal in de winter naar Afrika. Nachtegalen trekken s’nachts vanaf begin september. De nachtegalen behoren tot de familie van de Muscicapidae en de subfamilie van de Turdinae. De gewone nachtegaal is de Erithacus (or Luscinia) megarhynchos.

Nachtegaal, m., (Luscinia megarhynchos), een lijster, die wegens haar buitengewoon mooie gefluit wereldberoemd is. De nachtegaal heeft een lengte van ongeveer 16 cm en is tamelijk onopvallend. Ze is van boven bruin, van onderen witachtig bruin en heeft een donkerroodbruine staart. Haar verspreidings gebied omvat Europa, met de noordelijke landen, Noord-, Midden- en Westafrika en Zuidwest-AziŽ. Ze geeft de voorkeur aan de loofbossen met dichte onderbegroeiing en een dikke humuslaag op de grond, waarin ze naar insecten en andere ongewervelden zoekt. Ze nestelt in struiken, dicht bij de grond en het legsel bestaat uit 4-5 olijfbruine eieren en wordt in 13-14 dagen alleen door het wijfje uitgebroed. Enkele met de nachtegaal verwante soorten worden ook vaak aangeduid met de naam nachtegaal zoals bijv. Noordse nachtegaal, die in Oost-Europa en West-SiberiŽ voorkomt en meestal net zo mooi als onze nachtegaal zingt.

Lijsterachtigen

De familie van de lijsterachtigen (Turdidae) omvat alleen reeds 304 soorten, waarvan er verscheidene ook in ons land voorkomen. Tot de kleinere soorten behoort de vanouds hooggeroemde NACHTEGAAL (Luscinia megarhyncha). De veren van de rugzijde zijn vaal rosbruin, die van de onderzijde licht geelachtig grijs, de buik en de staart roodbruin. De lengte bedraagt 17 cm.

De nachtegaal bewoont als broedvogel heel Europa, uitgezonderd het noorden, Noordwest-Afrika en Klein-Azie. Loofbossen met veel laag hout, nog liever kreupelhout met veel beekjes en waterlopen, vormen zijn lievelingsverblijf. Hier woont paartje naast paartje, ieder natuurlijk in een nauwkeurig begrensd gebied. In de winter verhuist hij naar Midden- en West- Afrika.

 

Pagina 2

Stuur eens een mailtje: Schrijf me voor vragen en opmerkingen